11 mei 2014

De Rapporten

Traditiegetrouw verschijnen er op het einde van de legislatuur verschillende rapporten over de parlementsleden. Hoewel iedereen beweert daar niet zoveel waarde aan te hechten, kijkt iedereen stiekem reikhalsend uit naar het moment dat de betreffende krant in de brievenbus valt, om dan snel te kijken wat de beoordeling van de journalisten is op je parlementair werk. Een overzicht van mijn rapporten, na één jaar Vlaams Parlementslid:  

Rzoska is slechts als invaller in het parlement gekomen, maar heeft zich in de korte tijd die restte, laten kennen als het geheime wapen van Groen. Hij bouwde dossiers op, zijn tussenkomsten waren inhoudelijk gefundeerd, en de man weet zijn stellingen ook goed te verwoorden. Daarmee doet hij veel beter dan veel collega's met meer ervaring. Vergeleken met de andere opvolgers is het contrast enorm.

 

DeMorgen

"Kwam pas na gemeenteraadsverkiezingen in parlement, op korte termijn al onmiddellijk door collega's beschouwd als een van de besten van zijn fractie. Verademing in debatten. Welbespraakt en inhoudelijk sterk. Het wordt stilaan duidelijk waarom Wouter Van Besien hem ooit recruteerde als ondervoorzitter. Dit wordt een groeier"

 1. Op welke verwezenlijking bent u het meest trots?

"Ik heb maar veertien maanden in het Vlaams Parlement doorgebracht, maar ik ben best trots op mijn rol in het Oosterweeldossier. Door transparantie te eisen over de kostprijs van de tracés heb ik de discussie weer op scherp gezet."

"Minder bekend, maar ook belangrijk was het actieplan voor gevaarlijke transporten na de treinramp in Wetteren. Helaas is mijn plan niet goedgekeurd door de meerderheid."

2. Wat wilt u tijdens de volgende legislatuur bereiken?"De volgende Vlaamse regering moet een slim klimaatbeleid uitwerken. Er staan ons grote uitdagingen te wachten, zoals de bescherming van zonevreemde bossen en historische graslanden."

"Ik hoop dat we eindelijk de stap zullen zetten naar een duurzame mobiliteit. Tijdens de huidige legislatuur is die omslag er niet gekomen. Waarom is er nog altijd geen voorstadsnet rond Antwerpen en Gent, terwijl die steden daar wel om vragen?"

"Mijn derde prioriteit is de aanpak van de jeugdwerkloosheid. In Vlaanderen zijn op dit moment 55.000 jongeren werkloos. Dat is ronduit dramatisch."

3. Wie verdient volgens u de prijs van beste parlementslid?

"Toen ik net in het parlement kwam, heb ik met mijn ogen gestolen van Lode Vereeck (ex-LDD, nu Open Vld, red.). Hij toonde mij hoe je als parlementslid een dossier opbouwt. Ook parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) verdient een pluim. Ik had aan hem een sterke bondgenoot. Straf, voor een man die eigenlijk deel uitmaakt van de meerderheid."

4. Hebt u tips voor uw minder succesvolle collega's?

"Stel geen parlementaire vragen om je statistieken op te drijven. Aan de hand van een aantal slimme vragen kun je een stevig dossier opbouwen. Soms laten parlementsleden zich te veel leiden door de actualiteit."

"Ik vind het ook jammer dat we op woensdagmiddag de plenaire vergadering vaak beginnen met een halfleeg parlement. Schepenen en burgemeester geraken vaak niet op tijd in Brussel. Dat is niet echt gezond voor de democratie."

 

Het Nieuwsblad

Rzöska kwam pas een jaar geleden in het parlement, als opvolger van Filip Watteeuw. Meteen maakte hij indruk: hij koppelt dossierkennis ? over Oosterweel bijvoorbeeld - aan klare taal. Op de spurt kan hij het. Als dat ook geldt voor de langere afstand, is hij over enkele jaren het beste parlementslid.

 

Knack: De 11 beste parlementairen

Op 2 april 2014 toonde de relatief onbekende Björn Rzoska waarom Wouter Van Besien uitgerekend hem had gevraagd om ondervoorzitter te worden van Groen. In het Vlaams Parlement zit hij pas sinds 2013, als opvolger van de groene fractieleider Filip Watteeuw die ervoor koos schepen te worden in Gent. Rzoska wilde de exacte kostprijs kennen, zowel van het Oosterweeldossier als van de alternatieve tracés. De Vlaamse regering had Oosterweel gekozen, onder meer wegens de lage kostprijs. Maar de exacte becijfering werd niet vrijgegeven, op uitdrukkelijk verzoek van het kabinet van mobiliteitsminister Hilde Crevits (CD&V) en van bouwheer BAM.

Het rapport zou 'bedrijfsgeheimen' bevatten, zoals de exacte prijs van het beton. Uiteindelijk mocht Rzoska het rapport toch inkijken in het kantoor van de griffie, maar kopieën nemen was verboden.

Rzoska kwam tot de conclusie dat de Vlaamse regering de kostprijs van de alternatieven voor Oosterwaal niet eens op een faire manier had willen berekenen. Hij vond dat voldoende belangrijk om de confidentialiteit te doorbreken en maakte zijn bevindingen publiek. Daar staan sancties op, maar dat was zijn zorg niet: 'Als ik hierdoor een deel van mijn wedde moet afstaan, of erger, dan is dat maar zo.'

Rzoska had goed gegokt: zo kort voor de verkiezingen durfden de Vlaamse regeringspartijen het niet aan om een politieke concurrent het voordeel te geven zich als 'martelaar' te kunnen profileren. Wel integendeel, Jan Peumans, als voorzitter van het Vlaams Parlement toch de eerste bewaker van de tucht, gaf Rzoska gelijk. Peumans was in de vorige zittingsperiode al een zeer kritische volger van wat toen nog het BAM-dossier heette. Hij heeft al langer de buik vol van alle restricties die regering en administratie het Vlaams Parlement opleggen. Zeker omdat de burger via het wettelijke inzagerecht vaak meer armslag heeft dan de parlementsleden.

Peumans wees er niet alleen op dat de Vlaamse regering en administratie de geheimhouding veel te ruim interpreteren, hij legde de vinger ook op een ander pijnpunt: dat veel dossiers ter beschikking liggen van zijn parlementsleden, bijvoorbeeld bij het Rekenhof, maar dat men natuurlijk wel de moeite moet doen om die gegevens in te kijken en te bestuderen. Rzoska deed die extra meters wel. En hij bewees zo dat het uiteindelijk in de eerste plaats aan de parlementsleden zelf is om respect af te dwingen, voor zichzelf en hun instelling, in de permanente krachtmeeting die een parlementaire democratie nu eenmaal is.

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.